Meer informatie Orchideeëntuin

OrchideeŽntuin Gerendal

Een stukje geschiedenis

In een artikel van het Natuurhistorisch Maandblad van maart 1959 wordt het eerst melding gemaakt van de door het Staatsbosbeheer in het Gerendal in 1958 uitgeplante orchideeŽn. Dit uitplanten werd gedaan vanwege het feit dat er veel orchideeŽnmateriaal in Zuid-Limburg werd geroofd. Het materiaal aan bijzondere soorten haalde Staatsbosbeheer uit het buitenland, waar de soorten nog veelvuldig voorkomen. Op de daarvoor geschikte terreintjes zijn deze uitgeplant. In genoemd verslag wordt nog verder melding gemaakt dat het in de bedoeling ligt om in het komend voorjaar (dus mei 1959) groepen rond te leiden langs deze geplante orchideeŽn om daarmede aan de belangstelling in deze befaamde Zuidlimburgse planten tegemoet te komen. Tot zover dit verslag. In 1969 brengt de heer dr.ir. W.H. Diemont een in het Duits gesteld artikel uit waarin hij onder meer stelt dat er nog steeds tijdens de bloeitijd van de orchideeŽn (mei, juni) veel bezoekers uit allerlei landen zich vergapen aan de prachtige hellingbossen en kalkgraslanden in het Gerendal. Hij vermeldt tevens dat men door het aanleggen van een orchideeŽntuin in het natuurreservaat het Gerendal praktische ervaringen kan opdoen over het behoud en de vermeerdering van wilde inheemse orchideeŽn. Hij beschrijft uitvoerig hoe vanaf 1958 is gepoogd 21 verschillende orchideeŽn in een stuk voorbewerkte grond te planten. Dit gebeurde door 26 kwadraten uit te zetten van 1.50 x 1.50 m in een 0.19 ha groot stuk grond. Naast de orchideeŽn werden in dit grondstuk tevens andere inheemse planten en struiken aangeplant, zoals de Jeneverbes en de Mispel en de bijbehorende grassen die zich thuis voelen op een voedselarme, kalkrijke bodem, zoals Gevinde Kortsteel, Bergdravik en kruiden zoals Kleine Pimpernel, Vleugeltjesbloem en Zonneroosje. Omdat er geen schapenbeweiding mogelijk was, moest men met de hand maaien. Na 4 jaar heeft men dit stuk proefgrond uitgebreid met nog eens 0.20 ha, waarbij ongeveer 0,50 m diep werd geploegd, nadat vooraf de graslaag verwijderd werd. Bij dit ploegen kwam de kalk aan de oppervlakte en werd naast het inplanten van verschillende Orchis- en Ophryssoorten ook aan de rand van dit perceel struiken en bomen aangeplant, o.a. Eenstijlige Meidoorn, Hondsroos en Eik. Tijdens deze eerste 4 jaren overleefden verschillende orchideeŽn niet, hetgeen te wijten viel aan vraat van o.a. wilde konijnen of dat ze verwelkten omdat ze zich niet konden aanpassen aan de grond en bij het overzetten wellicht schade hadden opgelopen. Tenslotte stelt dhr. Diemont in zijn verslag dat de indertijd aangeplante orchideeŽn zich veelal vermenigvuldigd hebben en zich in het algemeen goed hebben aangepast en stelt daarom voor het experiment nog minstens 10 jaar voort te zetten om zo nog meer kennis op te doen van het fascinerende bestaan van deze zeldzaam mooie inheemse planten.

Nadien zijn nog diverse artikelen uitgebracht over dit prachtig stukje natuur, waarin steeds wordt gewezen op de vrije toegankelijkheid van de orchideeŽntuin met dien verstande dat men op de aangelegde paadjes blijft en men zich eventueel kan laten vergezellen door een aanwezige gids.

Het bezoekersaantal groeit nog steeds; zo spreekt men in de jaren 60 over een bezoekersaantal van 1500 zeer geÔnteresseerde bezoekers in de periode mei en juni en in de jaren 70 over 6000 bezoekers. In 1980 vindt wederom een evaluatie plaats, gepubliceerd in het Natuurhistorisch Maandblad, waarin onder meer gewag wordt gemaakt van de tellingen, die ieder jaar plaatsvinden. Ook wordt er melding gemaakt dat het stukje grond opnieuw is uitgebreid en nieuwe planten zijn aangeplant en dat men geŽxperimenteerd heeft met schapenbeweiding, maaien met de hand en afvoeren van het maaisel en het uitharken van mos, waarna soms een massale opkomst van orchideeŽn geconstateerd werd. In 1992 verschijnt een artikel waarin wordt gesteld dat het bezoekersaantal in de jaren 80 varieert van 6000 tot 8000 personen en in 1985 terugloopt tot 5000. Nadien is uit tellingen van het gastenboek gebleken dat er sinds 1990 weer een opleving in het bezoekersaantal is en dat een aantal van 10.000 bezoekers niet tot de uitzonderingen behoort.

De tuin heeft in de loop der jaren een natuurlijke ontwikkeling doorgemaakt, waardoor men ook andere kalkminnende planten kan ontdekken. Naast de niet alle genoemde orchideeŽn, ziet men o.a. de Gevinde Kortsteel, diverse Zegge soorten, zoals de zeer zeldzame Viltzegge (kenners gaan hierbij uit hun dak!) en de Kleine Pimpernel. We ruiken al van een afstand kruiden, als de Wilde Tijm en de Wilde Marjolein. Daarnaast trekken deze bloemen veel insecten en zeldzame vlinders aan, belangrijk voor de bestuiving. De levendbarende hagedis is geen zeldzaamheid: in juni kun je het zwangere vrouwtje op je gemak observeren. Stootvogels zoals Buizerden en Torenvalken jagen rond, alsmede de altijd aanwezige Gierzwaluw. Ook het kleinere grut zoals Grasmussen en Zwartkoppen (en misschien de Wielewaal) zijn vaste bezoekers.

Beheer

Voorheen werden de kalkgrashellingen beweid met mergellandschapen, waardoor het gras kort werd gehouden en de orchideeŽn konden bloeien. Deze mergellandschapen zijn nu weer constant aanwezig in dit gebied en laten met hun lammetjes in het vroege voorjaar een onvergetelijke indruk achter. In de tuin maait men nu eenmaal per jaar met de hand, bij voorkeur eind augustus, begin september, wanneer de orchideeŽn zijn uitgebloeid en al zaad gevormd hebben. Het maaisel wordt afgevoerd, anders zou er een verrijking van de grond plaatsvinden. In het vroege voorjaar worden enkele schapen toegelaten tijdens een korte periode, niet te lang, anders zou door hun uitwerpselen de grond bemest worden.

Dit jaar zijn een aantal experimenten in het beheer van de tuin uitgevoerd. Men heeft namelijk geconstateerd dat een aantal soorten orchideeŽn zijn verdwenen of in mindere mate voorkomen. Om de orchideeŽn nu meer kans te geven zich te ontwikkelen en wellicht nieuwe standplaatsen in te nemen, heeft men de tuin met een stuk grond uitgebreid. Boven in de helling zijn de bomen gekapt en heeft men de onderlaag wat omgewoeld en hier en daar maaisel van andere kalkgrashellingen uit de omgeving uitgestrooid. Tevens zijn in een aantal experimenteervakken, net als 50 jaar geleden, diverse grondbewerkingen gedaan. Zo heeft Staatsbosbeheer een brede strook grond diep ingewerkt, waardoor de kalklaag weer naar boven is gekomen. Op een andere plaats heeft men weer ondiep en elders weer diep geplagd. Hierdoor komt er veel dynamiek in de tuin, hetgeen een belangrijke voorwaarde is voor de ontwikkeling en de vermeerdering van orchideeŽn. Uiteraard zullen ook andere planten hiervan mee profiteren, andersom zullen er in het begin ook een aantal planten verdwijnen. Elders zijn weer de opkomende struiken, zoals de hazelaar flink gesnoeid en zijn grotere bomen goed aangepakt. Hierdoor is er weer een meer open structuur ontstaan, waardoor (vooral) de zon en wind weer vrij spel hebben. Dit beheer is op de toekomst gericht. Immers stilstaan is achteruit gaan! En dat geldt zeker voor deze prachtige tuin. Een goed afgewogen beheer is een belangrijke voorwaarde voor het behoud van dit uniek stukje landschap. Voor de bezoekers is er een nieuw informatiepaneel ontworpen met actuele informatie. Tevens zullen de gidsen u tekst en uitleg geven. Kom gerust eens langs en laat u verrassen door dit prachtig stukje natuur.

Orchideeëntuin Orchideeëntuin Orchideeëntuin